COLUMNS 

 HERMUS jachthaven ANTIFOULING

De geschiedenis van antifouling.

Al eeuwen heeft de scheepsvaart last van aangroei onder het schip. De eerste antifouling werd in de 15e eeuw al gebruikt.  ( van walvis olie, zwavel en hars.)  Rond de 18e eeuw,  werd voor het eerst koper gebruikt. Dunne platen werden op de schepen aangebracht. De eerste antifouling verf is ontwikkeld door kapitein Ferdinand Gravert (rond 1913.) Nog altijd is een goed werkende antifouling belangrijk, maar tegenwoordig willen we niet alleen de boot beschermen, er is ook aandacht voor het milieu. 

In grote lijnen zijn er twee antifouling soorten op de markt.

Harde antifoulings: De laagdikte van de verf blijft intact. De werkzame stof ( biocide) reageert op het contact met water en zorgt ervoor dat aangroei geen kans krijgt.

Zelfslijpende antifoulings: Door beweging van water, slijt er een dun laagje van de antifouling af. Aangroei krijgt op die manier niet de kans zich te hechten.  Ook deze antifouling bevat biocides.

Eenvoudig bepalen welke antifouling op mijn boot zit.

  • Veeg met een vochtige doek over de antifouling. Geeft de antifouling af? Dan is het zelf slijpende antifouling.
  • Wanneer de antifouling niet afgeeft, schuur er dan met een schuurpapiertje over. Wanneer er een koperglans verschijnt, is er vrijwel zeker sprake van Teflon* in de anti-fouling. Blijft de kleur mat, dan is het een ‘gewone’ harde antifouling.

Minste werk.

Hoe vaker je een seizoen overslaat, hoe slechter de bescherming en hoe groter de kans dat de antifouling gaat bladeren. Ieder jaar één laag, het is minder dan de fabrikant aangeeft, maar in ons vaargebied echt voldoende. Zodat de antifouling goed werkt en de verflaag intact blijft. Op zout water, heb je twee lagen per jaar nodig.

Veel plezier op het water!!

Groet,

Emiel 

 

Hermus watersport

Hatenboer 54, 6041TN, Roermond
+31 (0)475 337112
watersport@hermus.eu